De Uitdager

“More than we can imagine depends on our ability
to turn the crisis into an opportunity for change”
– Gunther Hauk –
Het is alweer even geleden dat ik de documentaire “Queen of the Sun” gezien heb. Een zeer mooie weergave van het werken met de bij, de imme en de diepgang die daaruit kan voortvloeien voor ons dagelijks leven. Ook de keerzijde van onze extreme, eenzijdige omgang met de honingbij kwam duidelijk in beeld. De focus op productie heeft niet veel goeds gedaan voor de vitaliteit van “onze” honingbij en ons werk en ontwikkeling met haar. Gooi daarop de invasie van de varroamijt en je hebt een goed recept voor een crisis zoals in bovenstaand citaat vernoemd. De wetenschap biedt ons enkele oplossingen om de varroa onder controle te houden. Ik zie rond mij vele imkers en supporters van de honingbij die hun houding veranderen richting een natuurlijkere houding en de honingbij zelf ondergaat ook langzaam maar zeker een transitie richting een zekere tolerantie. We zijn er nog niet maar we komen er wel.
Dit jaar (2025) ben ik weer opgestart als imker. Na drie jaar geleden acht volken kwijt te zijn geraakt in de winter, ben ik weer imker met drie bijenvolken. Twee daarvan staan op de vitale grond van de Christoforusgemeenschap en één kleine, laat gemaakte aflegger staat thuis in mijn moestuin. Nu weet ik weer wat ik heb gemist de afgelopen jaren; de verbinding met die onbaatzuchtige werkers maakt me nederig en trots. Ze vliegen goed, halen veel stuifmeel en werken in een hogere harmonie samen. Daarover kunnen wij als mensen momenteel alleen maar fantaseren.
Ik schrijf dit stuk in augustus en er vallen veel slechte peren uit onze perelaar. Een waar feestmaal voor wespen, vliegen en jawel hoornaars. Een lichte paniek maakte zich meester van mij. Even kijken bij de kast en dan zien dat er inderdaad bijen worden gepakt door de Aziatische Hoornaar (Vespa velutina). De Aziatische zus van onze inheemse Europese Hoornaar (Vespa crabro) is een ware acrobaat maar wel een dodelijke. Af en aan vliegen ze met bijen die ze tijdens de vlucht de kop afbijten. De “volgende” crisis (of is het dezelfde?) lijkt al gestart te zijn.
Die paniek zette me aan om toch maar iets te doen en mijn, tot dan toe retoriek van de natuur zijn gang te laten gaan, overboord te zetten. Vele onderzoeken heb ik er op nageslagen en vele gesprekken gevoerd met andere imkers.
Eén onderzoek zegt dat mest door de Aziatische Honingbij wordt verzameld en vervolgens uitgesmeerd op de vliegplank. Dit zou feromonen van de hoornaar verdoezelen. Een kruiwagen vol paardenmest van bij de buren mag niet baten. De hoornaar haalt haar neus er voor op.
De Zwarte Honingbij zou, door zijn wildere karakter, minder met zich laten sollen. Een collega-imker ziet zijn bijen met tien tegelijk uitvliegen, elk een andere kant op. De hoornaar weet niet welke te volgen met als gevolg een succesvolle vlucht voor de bijen. Mijn volkje van Zwarte Honingbijen blijkt deze eigenschap niet bezitten.
Hogere plantengroei voor de vliegplank zou de hoornaars benadelen omdat ze hun typische pendel-vlucht niet kunnen uitvoeren en niet in een rechte baan achter de bijen aan kunnen vliegen. Hoge Malva´s groeien voor mijn kast. De hoornaars passen zich aan en vliegen nu tot op de plank.
De selectieve val voor Aziatische Hoornaars met een zoet lokmiddel erin. Dat moet toch zeker de druk verminderen? De val blijkt dan toch niet helemaal selectief en er blijven hoornaars vliegen op en aan de vliegplank. Hoornaars hebben immers, in deze periode (augustus-september), vooral grote behoefte aan eiwitten, andere insecten dus, om hun grote aantallen larven te voeden. Dat zoetmiddel heeft op dit moment vrij weinig effect.
Zelfs het paardenmiddel, de vliegenmepper, zet geen zoden aan de dijk. Uren kan ik er staan kloppen, er blijven hoornaars komen. Ze leren ook erg snel. Zodra ik kom aanlopen draaien ze zich om naar mij, observeren mij en als het hen te heet onder de voeten wordt, schuilen ze een minuut achter de bijenkast om daarna nog eens te proberen.
Er zijn nog enkele middelen ontwikkeld die ik (nog) niet heb geprobeerd. De elektrische harp, een soort raamwerk met draden ertussen die onder spanning staan en kooien voor het vlieggat die te kleine mazen hebben voor de hoornaar om tot op de vliegplank te komen. Hoe ver wil je gaan als imker…
Vandaag was ik weer aan het werk in de moestuin en voelde plots een aandrang om bij de bijen te gaan kijken. Waar ze de voorbije dagen zo mooi een verdedigingslinie vormden rond het vlieggat, zag ik nu geen enkele bij. Wel zag ik, tot mijn grote schrik, twee hoornaars uit de kast komen. Ik had gefaald in mijn verdediging, gefaald in mijn controledrift.
De hoornaar biedt ons weer een mooie les aan, ze is te nemen of te laten. Hoeveel moeten we als imker proberen te controleren en valt er werkelijk iets te controleren? Het maakt me nederig maar ook vervuld van een streven naar een levende balans tussen imker, imme en de wijde wereld. Extremiteiten, zoals deze plaag, vervagen uiteindelijk altijd in een nieuwe balans. Misschien kunnen we die nieuwe balans helpen cultiveren door de imme te bieden wat haar gezond maakt en niets af te nemen dat ze niet kan missen. Het houdt mij bezig.
Eén tip: blijf vooral rustig.
Ik draag rust in me,
ik draag in mezelf
de krachten die me sterk maken.
Ik wil me vervullen
met de warmte van deze krachten.
Ik wil me doordringen
met de macht van mijn wil.
En ik wil voelen
hoe rust uitvloeit
in mijn hele bestaan,
als ik me sterk maak
om de rust als kracht
in mezelf te vinden
door de macht van mijn streven.
Spreuk van Rudolf Steiner, vertaald door Jelle van der Schuit
_________________________________________________________________________________________
Dit artikel schreef ik in augustus 2025 en werd toen nog niet gepubliceerd. Dit jaar heb ik vanaf april de selectieve val opgehangen met lokmiddel en 10 a 15 koninginnen gevangen. Tot op vandaag zie ik geen hoornaars voor mijn kasten hangen. Hebben we voldoende vorst gehad deze winter om de populatie uit te dunnen, werkt mijn selectieve val toch goed genoeg of speelt er nog iets anders mee? De bijen werken alleszins vlijtig door.
