Biodynamisch imkeren
De grondhouding van de biodynamische imker is respectvol en vertrekt vanuit verwondering, gestoeld op fenomenologische waarneming. De biodynamische imker handelt naar het wezen van de bij. De volgende richtlijnen helpen bij het praktische werk met de imme. Ze blijven in ontwikkeling en zijn niet te interpreteren als regels.
- De imme is het geheel van bijenvolk, raat, honing en stuifmeel én de volledige omgeving waarin het volk werkzaam is.
- Een gezonde omgeving is de drager van de imme.
- Zwermen wordt gezien als de meest volledige, natuurlijke en versterkende vorm van voortplanting van de imme.
- De raat is een integraal onderdeel van de imme en wordt best door en uit het volk zelf gebouwd. Ze bepaalt de vorm zelf en bouwt volledig vanuit eigen was.
- De natuurlijke afstand (hart op hart) van de raat is 35 mm.
- Het broednest is in de natuur één ononderbroken geheel.
- Darren maken een onmisbaar onderdeel uit van de imme.
- Overwinteren gebeurt bij voorkeur met eigen honing.
- Een onverstoorde winterrust is essentieel voor de gezondheid van de imme.
- Het vermijden van onnodige stressvolle handelingen is belangrijk voor de gezondheid van de imme.
- Koninginneteelt verstoort de natuurlijke samenhang binnen de imme.