De Aziatische hoornaars, ondertussen veranderd van naam naar Geelpoothoornaar, waren een grote plaag voor onze honingbijen in 2025. Alle alarmbellen gingen af bij imkers en allerlei methodes werden ontwikkeld ter bestrijding van deze belagers. De één ingrijpender dan de andere.
Dit voorjaar (2026) heb ik selectieve hoornaar-vallen opgehangen om de koninginnen af te vangen. Op die manier heb ik er veel kunnen vangen. Die aantallen deden vermoeden dat we ook dit jaar weer veel hoornaars voor de kasten zouden zien hangen. Niets is minder waar, althans bij mij toch. Ik heb welgeteld één werkster gezien die een vlinder greep van een bloem. Wat een verschil met vorig jaar! Ik schreef er vorig jaar onderstaand artikel over.

“More than we can imagine depends on our ability
to turn the crisis into an opportunity for change”
– Gunther Hauk –
Het is alweer even geleden dat ik de documentaire “Queen of the Sun” gezien heb. Een zeer mooie weergave van het werken met de bij, de imme en de diepgang die daaruit kan voortvloeien voor ons dagelijks leven. Ook de keerzijde van onze extreme, eenzijdige omgang met de honingbij kwam duidelijk in beeld. De focus op productie heeft niet veel goeds gedaan voor de vitaliteit van “onze” honingbij en ons werk en ontwikkeling met haar. Gooi daarop de invasie van de varroamijt en je hebt een goed recept voor een crisis zoals in bovenstaand citaat vernoemd. De wetenschap biedt ons enkele oplossingen om de varroa onder controle te houden. Ik zie rond mij vele imkers en supporters van de honingbij die hun houding veranderen richting een natuurlijkere houding en de honingbij zelf ondergaat ook langzaam maar zeker een transitie richting een zekere tolerantie. We zijn er nog niet maar we komen er wel.

Dit jaar (2025) ben ik weer opgestart als imker. Na drie jaar geleden acht volken kwijt te zijn geraakt in de winter, ben ik weer imker met drie bijenvolken. Twee daarvan staan op de vitale grond van de Christoforusgemeenschap en één kleine, laat gemaakte aflegger staat thuis in mijn moestuin. Nu weet ik weer wat ik heb gemist de afgelopen jaren; de verbinding met die onbaatzuchtige werkers maakt me nederig en trots. Ze vliegen goed, halen veel stuifmeel en werken in een hogere harmonie samen. Daarover kunnen wij als mensen momenteel alleen maar fantaseren.
Ik schrijf dit stuk in augustus en er vallen veel slechte peren uit onze perelaar. Een waar feestmaal voor wespen, vliegen en jawel hoornaars. Een lichte paniek maakte zich meester van mij. Even kijken bij de kast en dan zien dat er inderdaad bijen worden gepakt door de Aziatische Hoornaar (Vespa velutina). De Aziatische zus van onze inheemse Europese Hoornaar (Vespa crabro) is een ware acrobaat maar wel een dodelijke. Af en aan vliegen ze met bijen die ze tijdens de vlucht de kop afbijten. De “volgende” crisis lijkt gestart te zijn.
Die paniek zette me aan om toch maar iets te doen en mijn, tot dan toe retoriek van de natuur zijn gang te laten gaan, overboord te zetten. Vele onderzoeken heb ik er op nageslagen en vele gesprekken gevoerd met andere imkers.
Een onderzoek uit Azië zegt dat mest door de honingbij wordt verzameld en vervolgens door hen wordt uitgesmeerd op de vliegplank. Dit zou geurstoffen van de hoornaar, die de kast als doelwit voor andere hoornaars markeren, verdoezelen. Een kruiwagen vol paardenmest van bij de buren mag echter niet baten. De hoornaar haalt haar neus er voor op.
De zwarte honingbij zou, door zijn wildere karakter, minder met zich laten sollen. Een collega-imker ziet zijn bijen met tien tegelijk uitvliegen, elk een andere kant op. De hoornaar weet niet welke bij te volgen met als gevolg een succesvolle vlucht voor de bijen. Mijn volkje zwarte honingbijen blijkt deze eigenschap niet bezitten.

Hogere plantengroei voor de vliegplank zou de hoornaars benadelen omdat ze hun typische pendel-vlucht niet kunnen uitvoeren en niet in een rechte baan achter de bijen aan kunnen vliegen. Hoge Malva´s groeien voor mijn kast. De hoornaars passen zich aan en vliegen nu tot op de plank.
De selectieve val voor Aziatische Hoornaars met een zoet lokmiddel erin. Dat moet toch zeker de druk verminderen? De val blijkt dan toch niet helemaal selectief en er blijven hoornaars vliegen op en aan de vliegplank. Hoornaars hebben immers, in deze periode (augustus-september), vooral grote behoefte aan eiwitten, andere insecten dus, om hun grote aantallen larven te voeden. Dat zoetmiddel heeft op dit moment vrij weinig effect.
Zelfs het paardenmiddel, de vliegenmepper, zet geen zoden aan de dijk. Uren kan ik er staan kloppen, er blijven hoornaars komen. Ze leren ook erg snel. Zodra ik kom aanlopen draaien ze zich om naar mij, observeren mij en als het hen te heet onder de voeten wordt, schuilen ze een minuut achter de bijenkast om daarna nog eens te proberen.
Er zijn nog enkele middelen ontwikkeld die ik (nog) niet heb geprobeerd. De elektrische harp, een soort raamwerk met draden ertussen die onder spanning staan en kooien voor het vlieggat die te kleine mazen hebben voor de hoornaar om tot op de vliegplank te komen. Hoe ver wil je gaan als imker…
Vandaag was ik weer aan het werk in de moestuin en voelde plots een aandrang om bij de bijen te gaan kijken. Waar ze de voorbije dagen zo mooi een verdedigingslinie vormden rond het vlieggat, zag ik nu geen enkele bij. Wel zag ik, tot mijn grote schrik, twee hoornaars uit de kast komen. Ik had gefaald in mijn verdediging, gefaald in mijn controledrift.
De hoornaar biedt ons weer een mooie les aan, ze is te nemen of te laten. Hoeveel moeten we als imker proberen te controleren en valt er werkelijk iets te controleren? Het maakt me nederig maar ook vervuld van een streven naar een levende balans tussen imker, imme en de wijde wereld. Extremiteiten, zoals deze plaag, vervagen uiteindelijk altijd in een nieuwe balans. Misschien kunnen we die nieuwe balans helpen cultiveren door de imme te bieden wat haar gezond maakt en niets af te nemen dat ze niet kan missen. Het houdt mij bezig.
Ik probeer mijn rust te bewaren.
Ik draag rust in me,
ik draag in mezelf
de krachten die me sterk maken.
Ik wil me vervullen
met de warmte van deze krachten.
Ik wil me doordringen
met de macht van mijn wil.
En ik wil voelen
hoe rust uitvloeit
in mijn hele bestaan,
als ik me sterk maak
om de rust als kracht
in mezelf te vinden
door de macht van mijn streven.
Spreuk van Rudolf Steiner, vertaald door Jelle van der Schuit
_________________